Clinic design thinking 7/10: cruciale do’s and dont’s

Vrijdag 7 oktober gaf Beeckestijn Business School in samenwerking met SAMR de clinic 'Design thinking - Klantbehoefte bepaalt uw design strategie'. Zo'n 120 marketeers woonden afgelopen vrijdag de clinic bij en zijn weer volledig up-to-date op het gebied van design thinking.

Voor wie het gemist heeft, hieronder vindt u een korte samenvatting van de sessie van vrijdag 7 oktober 2016. Met dank aan Tikor Kroese van SAMR.

De 4 cruciale do’s and dont’s inzake design thinking.

  1. Radicaal gebruikersperspectief

Het belangrijkste bij desing thinking: denk vanuit de mens. ‘Nee, dat is een geniale tip’, hoor ik je denken ‘dat doen we al lang, we doen toch marktonderzoek?’ Prima, maar marktonderzoek gaat niet ver genoeg. Je leert wat je klant (gebruiker) vindt, maar leert níets over zijn diepere behoeften. Bij design thinking moet je één worden met de gebruiker. Eigenlijk moet je nog verder gaan, je moet de ‘gebruiker+’ worden. Dat bestaat uit twee aspecten:

Het eerste: een radicaal gebruikersperspectief om achter die achterliggende behoefte te komen. Denken wat je klant denkt. Voelen wat hij voelt. Beleven wat hij beleeft. Dat doe je door hem te observeren, te ondervragen en met hem mee te lopen. Het grote verschil met kwalitatief onderzoek is de context. Je haalt de gebruiker niet naar je toe, jij integreert in die context. Ga letterlijk bij hem aan tafel zitten.

Het tweede aspect is achtergrondkennis. Die verzamel je voor, tijdens en na het proces. Je wordt even expert op een bepaald gebied en hebt kennis die de ‘gewone’ gebruiker niet heeft. Je bent meer dan de gebruiker: de gebruiker+.

  1. Denk niet meteen in oplossingen

Het zit in onze natuur; er is een probleem en we schieten gelijk in de oplossingsmodus. Dat moet je bij design thinking dus niet doen. Dwars tegen je natuur in. Design thinking dwingt je om een stap terug te doen. De vraag loslaten en je afvragen of die initiële vraag wel het echte probleem is. Of ben je bezig met symptoombestrijding?

SAMR-directeur Willem Brethouwer vraagt nooit ‘Wat is het probleem? maar begint met de vraag ‘Waar wil je meer van?’. Daarmee draait hij de initiële vraag om en dat leidt tot nieuwe discussies en inzichten. Het kan ook zomaar gebeuren dat je even helemaal ‘lost’ bent. Prima! Dat zorgt ervoor dat je helemaal opnieuw moet beginnen. Weg van de platgetreden paden. Begin bij het begin.

  1. Maak stuk wat er is

We zitten vastgeroest in onze ideeën. Dat begint al op de basisschool. Een kind doet waar hij zin in heeft. Kleurt op de muren, haalt dingen uit elkaar. Ontdekt. Maar op school leert hij tussen de lijntjes kleuren. Moeten sommen oplossen volgens het boekje. In een schriftje. Nuttig, maar het maakt alle creativiteit morsdood. Maak dus stuk wat je hebt en wat je weet: begin met niets. Geen methoden, geen businessmodellen. Kijk gewoon om je heen. Toeval bestaat niet, je moet je ogen er voor open houden. Signaaltjes, hoe klein ook, opvangen. Ineens is er een piepklein ideetje. Gouden ideeën zijn nooit groot, die worden klein geboren en groeien met tijd en liefde tot iets geniaals.

  1. Itereer

Design thinking is geen vastgelegd, lineair proces. Het is iteratief. De stappen die je doorloopt lopen allemaal in elkaar over. De input van gebruikers, het uit ontwikkelen van een idee, veranderingen in de context. Het levert continu nieuwe inzichten op, waarmee je weer terug gaat naar de tekentafel. Steeds weer. Net zolang bijschaven tot het goed is. Maar ook vooruit itereren. Je ideeën niet tot in detail uitwerken, maar meteen testen.

Het volledige artikel met de do's en don'ts inzake design thinking lees je hier. 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ga naar nieuwsoverzicht